Voorbij schuld en schaamte

Schuld- en schaamtegevoelensHoe doe je dat? Schuld- en schaamtegevoelens achter je laten om vanuit je ware kern te leven?
Ik heb een katholieke opvoeding gehad, ik ging bijna schrijven ‘genoten”, maar zoveel genot heeft het me niet gebracht. Integendeel. Onder andere daar kreeg ik de eerste diepe schuldgevoelens dat ik boete moest doen voor de zonden van Adam en Eva. Ik was als kind heel boos op die twee schepsels. Het was hun schuld dat wij, arme zielen, nu moesten boeten voor hun zonden. Elke week moesten we ook nog in de biechtstoel onze zonden opbiechten aan mijnheer de pastoor, en elke week had ik stress om een leugen te bedenken. Als er na zoveel andere plekken een plek was waar ik leerde liegen, was het wel de biechtstoel. Snoepjes genomen uit de zovele snoepdozen van de winkel van mijn ouders om uit te delen aan mijn klasgenootjes. Ik ging mijn snoepjes halen bij de buurvrouw die nog veel meer lekkere snoepjes had in haar winkeltje. Mijn zonden waren me vergeven. Bid een wees gegroetje, een onze vadertje en niet meer doen hé. Want God ziet alles wat je doet. Ik was in shock. Dus hij zag me ook naakt? Hij kende mijn gedachten? En in de kerk at ik ook nog eens zijn lichaam?
Als kind voelde ik me totaal confused én gecontroleerd door iets wat mijn petje te boven ging. Op heel jonge leeftijd werden schuld- en schaamtegevoelens als heel hooggevoelig kind vastgezet in mijn ziel. Een eerste imprint als jong meisje: zondaar. Mijn zus voedde mijn angst om in de hel terecht te komen door te dreigen met de duivel die me ging komen halen als ze niet aan mijn toenmalige flaporen mocht wrijven. De angst om echt in de hel terecht te komen maakte dat ik toen al heel wat grenzen liet overschrijden. Een zacht krakende deur was al voldoende om in angst te schieten. De duivel stond klaar om me te pakken als ik niet deed wat iemand van mij verlangde.
Omdat ik altijd heel vervelende vragen stelde over de catechismus van Willebrordus, kreeg ik als straf het dreigement mijn communie niet te mogen doen als ik van die domme vragen bleef stellen. De gedachte verstoten te worden uit de toen verplichte godsdienstlessen en de vernedering om uitgesloten te worden uit de communie, brak me. Ik stopte met vragen stellen en prevelde al mijn gebedjes keurig op. Om niet uitgesloten te worden en de grote catastrofe te voorkomen én natuurlijk om mijn ouders een plezier te doen.
Ik schaamde me wezenloos omdat ik niet kon doen zoals alle anderen. Waarom moest ik nou altijd van die domme vragen stellen, want ja, dat werd me verteld, dus ik geloofde echt dat ik domme vragen stelde. Waarom kon ik niet doen zoals normale kinderen uit de klas? Waarom moest ik blijven doordrammen omdat ik ervaarde geen eerlijk antwoord te krijgen? Zo voelde ik dit. Als kind. Ik voelde en wist dat alles een dikke leugen was. En ik voelde me helemaal weerloos, niet bestand tegen al die leugens. En daar kwam dan de fase van aanpassing. En ik heb me aangepast met onderhuids diepe, rebelse gevoelens.
Op 12 jaar schreef ik mezelf in op een andere school. Mijn ouders wisten totaal van niets. Ik had een verhaal opgedist van veel te druk met de winkel dus kwam ik me maar zelf aangeven op die nieuwe school. Ik was zo van harte welkom en ik slaagde in alle testen om daar te blijven. Eindelijk verlost van die kwezels met hun leugen over God en zijn gebod. Ik ging elke dag trouw naar school, alleen wel naar de school die ikzelf als 12-jarige had gekozen. Ik was ook zo gelukkig. Eindelijk. Neen, mijn ouders wisten totaal niets van mijn acties. In die tijd was onderwijs ook helemaal gratis. En ik had ook een heel mooi contact met de toenmalige directrice.
Natuurlijk kon het mooie liedje niet blijven duren want één van de nonnen stoof na een week de winkel in om te vragen waar ik was.
Ik zie nog steeds de verbazing van mijn ouders toen ik appèl werd geroepen waar ik die hele week had rondgehangen.
Op school natuurlijk, waar anders? De ergste nachtmerrie was dat ik terug moest keren naar de school waar ik vandaan kwam. Het was een onderhandeling geworden. Mijn ouders mochten elke dag flinke bestellingen leveren aan het klooster als ik terugkwam.
Voilà.
Hoe hard ik ook schreeuwde en gilde nooit meer naar die nonnenschool terug te willen. Ik had er niets tegenin te brengen. Ik was gewoon een ruilmiddel geworden. Ik moest dan nog eens een heel jaar, als straf, elke week bijles halen bij dié non, die ik echt elke week het ergste toewenste.
Ik voelde me heel schuldig en schaamde met te pletter dat ik gekozen had voor mezelf en schaamde me voor mijn ouders.
Hoe kan je nou meester zijn van je leven, zelfs als kind, als je niet gezien wordt in je werkelijke behoeften? In het gezien worden als wie jij als kind écht ben? Welk jong kind slaagt hier écht in, zich los te maken van de wurggrepen van al die verstikkende structuren als een ouder zich nog niet eens bewust is hiervan? Zich niet bewust is van wat er werkelijk aan de hand is?
Dat dit in mijn tijd veel moeilijker is geweest, begrijp ik. Ik was een kind ver vooruit op alles. Omdat ik een heel andere thuisbasis heb gekend voor mijn landing op aarde. Maar dat jonge ouders nog steeds in al het oude denken blijven hangen en prachtige bewuste kinderen op de wereld mogen zetten, dat raakt me toch heel diep. Net omdat het nu de tijd is om zich los te maken van alle leugens die elke dag voorgeschoteld worden in de media. Word jouw kind écht gelukkig van dure mobieltjes, dure reisjes, dure kleren? Is het niet dringend tijd in te zien dat de kinderen van NU met een heel belangrijke opdracht op aarde zijn gekomen en hen niet te vergiftigen en te overladen met die dingen die wij misschien nog teveel zien als liefde? Liefde als ruilmiddel , liefde als een verzachtende pil dat behoorlijk bitter smaakt?
Voel je je schuldig omdat je je kinderen niet die materiële zaken kan geven? Wat heeft je kind écht nodig? Wat laat je kind je echt zien? Een nieuw mobieltje kopen is snel gedaan voor velen. Een nieuwe outfit, ach is ook wel eens leuk. Maar een kind datgene aanreiken waardoor het zich HEEL kan voelen, is datgene wat echt elk kind nodig heeft om hier in deze tijd zijn missie neer te zetten.
Ik heb wel heel veel van die achterlijke, demonische imprinten kunnen ombuigen. Als kind is het zeker niet eenvoudig geweest om die achterlijke leugenachtige imprinten aan te pakken, maar ik heb me altijd wél geleid gevoeld door krachten die veel sterker waren. De krachtigste helper is tot op vandaag AE Michaël. Hij beware mijn Ziel.
Ik voel ook dat ik dit kan delen als een verwerkte ervaring, want ik weet ook wel dat lezers soms conclusies trekken vanuit eigen waarneming en menen dat dit niet is verwerkt. Dit is een oordeel of een conclusie die ieder voor zichzelf moet uitmaken. Dit is niet mijn zaak en is niet belangrijk voor mijn leven in het hier en nu. Kijk maar goed verder in de manier waarop systemen tewerk gaan in het imprinten van goed/slecht waardoor het schuld- en schaamtegevoel gevoed wordt. Dat is mijn boodschap.

Warme groet
Mieke Box 45